5 redenen waarom de abortuswet-evaluatie geen evaluatie mag heten

Voor het eerst sinds 2005 is er een grondige evaluatie van de Wet afbreking zwangerschap (Waz) verricht. Althans dat menen onderzoekers van ZonMW. Wie hun evaluatierapport leest, ziet dat de opstellers ervan niet evalueren maar opiniëren.

Reden 1: De respons is onvoldoende

Elke evaluatie van hoe een wet in de praktijk werkt, moet berusten op betrouwbare gegevens. Bij het evaluatierapport is geprobeerd die te verkrijgen met vragenlijsten voor en diepte-interviews met patiënten en zorgverleners. Deze aanpak heeft zijn beperkingen, want één belangrijke partij kan geen vragenlijst invullen of interview geven: de ongeboren kinderen, die in de moederschoot gedood zijn.

Dat terzijde is de respons bij vrouwen die abortus lieten plegen, droevig laag: slechts 6 van de 50 vrouwen wilden een diepte-interview. Van de ‘abortushulpverleners’ vulden slechts 95 mensen de vragenlijst in, van wie 9 receptionist, telefonist of administratief medewerker waren. Veel te lage respons voor een kwantitatief onderzoek, zo weet elke eerstejaarsstudent sociale wetenschappen.

Reden 2: Aborteurs zijn onbetrouwbaar en weigeren zelfs medewerking

Twee van de negen abortuscentra hebben hun medewerking aan het evaluatierapport geweigerd. Merkwaardig want ze worden van publiek geld betaald en leveren naar eigen zeggen diensten van publiek belang. Maar als een publiek instituut ZonMW hun gebruik van publiek geld wil controleren, weigeren ze botweg. Het ondergraaft verder de geloofwaardigheid van dit rapport. Het krijgt medewerking van noch patiënten noch ‘zorgverleners’.

Niet dat abortuscentra betrouwbaar zijn. Laatste jaren vechten heel wat besturen van abortuscentra burgeroorlogen uit. Ondertussen licht personeel de boel op door verdovingen verricht door verpleegkundigen te declareren (bij de overheid c.q. belastingbetaler) als dienst door een veel duurdere medisch specialist. De Volkskrant, niet bepaald een pro-life krant, sprak van “frauderen met miljoenen met verzonnen declaraties”. Dat zou elke rapporteur sceptisch moeten maken over de input (of de weigering daarvan) van aborteurs en hun medewerkers. De ZonMW-rapporteurs hadden er goed aan gedaan de aborteurs niet op hun blauwe ogen te geloven maar hun abortuscentra te laten doorlichten door fraudebestrijders van het FIOD.

Reden 2: Toch trekt het rapport verstrekkende conclusies

We noemen: abortus heeft geen noemenswaardige psychische gevolgen voor vrouwen; het echte probleem na abortus is ‘te dure’ anticonceptie; de beraadtermijn van vijf dagen werkt niet en moet wijken; “hulpverleners gaan altijd na of sprake is van een weloverwogen en vrijwillig genomen besluit”; er is een “stabiele praktijk” van “abortushulpverlening”.

Allemaal conclusies getrokken op basis van nagenoeg ontbrekende gegevens van vrouwen die abortus hebben laten plegen. Alleen al het feit dat slechts 6 van de gevraagde 50 vrouwen wilden meewerken aan het onderzoek, maakt al elk spreken over “stabiele praktijk” speculatief.

De enige beschikbare gegevens zijn van aborteurs en hun medewerkers. De rapporteurs vertrouwen blind dat zij “altijd [nagaan] of sprake is van een weloverwogen en vrijwillig genomen besluit”. Dit is geen kritische evaluatie, dit is het papegaaien van de mooi weer-retoriek van de aborteurs en hun lobby.

Lees: Drie dodelijke dubbelzinnigheden in de abortuswet

Reden 3: Er wordt met cijfers gespeeld

Het rapport benadrukt meermaals dat de abortuspraktijk in Nederland “stabiel” is en noemt als bewijs dat het jaarlijks aantal abortussen per 1.000 vrouwen sinds 2005 tussen de 8,5 en de 8,8 is. Dat is vanuit de vrouw bezien. Als we de abortuspraktijk vanuit het kind bezien, dan is het plaatje anders. Dan zien we dat het aantal abortussen per 1.000 levendgeborenen gestegen is van 153 in 2005 naar 164 in 2018. In 13 jaar tijd is de kans voor een ongeboren kind om gedood te worden, met 7% gestegen. Over 28 jaar is de stijging zelfs 76%.

Stel dat onder sigarettenrokers de kans om longkanker te krijgen – bijvoorbeeld door de introductie van nieuwe rookmiddelen als de e-sigaret – in dertien jaar met 7% stijgt, zouden we dan ook spreken over een “stabiele praktijk”? De overheid zou dan juist allerlei middelen uit de kast trekken om roken te ontmoedigen. Een dergelijk ontmoedigingsbeleid ontbreekt volledig bij abortus.

Lees ook: Nieuwe abortuscijfers laten deze 6 trends zien

Reden 4: De 24-wekengrens wordt in steen gebeiteld

De Wet afbreking zwangerschap stelt geen grens aan het aantal weken tot wanneer een kind geaborteerd mag worden. Dat doet de Memorie van Toelichting die de wet begeleidt. Deze Memorie is opgesteld in een tijd dat kinderen pas vanaf 24 weken levensvatbaar waren. Maar de geneeskunde heeft deze grens al ingehaald. Kinderen van 23, zelfs 22 weken worden al gered.

Het ligt dan ook voor de hand dat de rapporteurs, vanuit de standaard van levensvatbaarheid die in de Memorie van Toelichting gehanteerd wordt, een verlaging van de abortusgrens bepleiten. Dat doen ze niet. Integendeel ze bepleiten loskoppeling van de abortusgrens en de levensvatbaarheidsgrens. De 24-wekengrens moet volgens de rapporteurs in de wet.

Dat is een mening die geen grond heeft in de Waz zelf, evenmin in de Memorie van Toelichting. De enige grond die de onderzoekers aanvoeren is dat vrouwen weinig tijd hebben tussen de 20-wekenecho – waarop ontdekt kan worden dat het kind aandoeningen heeft – en de 24-wekengrens. Dat aan de andere kant levensvatbare kinderen de dood vinden, dat telt voor de rapporteurs niet mee. Hun belang telt niet mee in de afweging. Zo laten de rapporteurs duidelijk hun pro-abortuskleuren zien.

Reden 5: ‘Noodsituatie’ blijft buiten schot

De abortuswet stelt dat abortus alleen toegestaan is “indien de noodsituatie van de vrouw deze onontkoombaar maakt”. Als er één onderdeel van de Waz slecht uitgevoerd wordt, dan is het wel dit. Zowel pro-lifers als voorstanders van abortus zeggen al jaren bij de meeste abortussen helemaal geen sprake is van een noodsituatie. Laat staan een onontkoombare noodsituaties. Waarbij pro-lifers opmerken dat in geen enkele noodsituatie abortus onontkoombaar is; er is altijd een andere oplossing die niét het doden van een kind vereist.

Het is helaas gericht aan dovemansoren. De rapporteurs zien geen aanleiding voor wetswijziging op “voor het begrip ‘noodsituatie’”. Want: “hulpverleners gaan altijd na of sprake is van een weloverwogen en vrijwillig genomen besluit”.

Dat is niet alleen onwaar – zie reden 2 – het is ook bezijden de kwestie. Dat een vrouw weloverwogen en vrijwillig beslist voor abortus, maakt haar noodsituatie nog niet onontkoombaar. Dat moet de behandelend arts zelf inschatten. De praktijk is nu dat artsen dit overlaten aan het oordeelsvermogen van de vrouw. Een vrouw die vaak vol emoties, angsten en hormonen zit. Artsen onttrekken zich aan hun wettelijke plicht om vast te stellen of er daadwerkelijk een onontkoombare noodsituatie is. De rapporteurs gaan kritiekloos mee in deze verzaking en herhalen zo de zelfbeschikkingsmantra’s van de aborteurs en hun lobby.

Conclusie

Hiermee is nog niet alles gezegd over deze evaluatie. Overtijdbehandelingen, alternatieven voor abortus, schade van curettage: er zijn nog meer aspecten van de Nederlandse abortuspraktijk die dit rapport onbesproken laat. Schreeuw om Leven schrijft er rake dingen over.

In de ware zin des woords is de evaluatie van de Wet afbreking zwangerschap geen evaluatie. Eerst en vooral omdat de benodigde gegevens ontbreken om te beoordelen hoe de wet in de praktijk werkt. De weigering van aborteurs om deze gegevens aan te leveren is op zich al kritisch onderzoek waard. Deze kans laten de rapporteurs liggen.

Ten tweede omdat, bij gebrek aan feiten, de rapporteurs dan maar terugvallen op mening. Van evalueren naar opiniëren. Die opinie is bij de rapporteurs duidelijk pro-abortus. Kritiekloos worden de pro-abortus ficties van zelfbeschikking en stabiliteit gepapegaaid. Een gemiste kans, want er gaat heel veel mis in de uitvoering van de Wet afbreking zwangerschap – los gezien van het feit dat zelfs een perfecte uitvoering van deze wet nog maakt dat er op moreel vlak veel mis is, omdat het recht op leven geschonden wordt.

De onderzoekers krijgen van Stirezo een dikke onvoldoende en doen goed aan een herkansing.

Lees HIER het rapport.

Stirezo komt op voor het ongeboren kind, tegen abortus.
Help onze inzet met een gift!