Abortus: het debat dat niet gevoerd mag worden

Het interview met drie jonge pro-life vrouwen in De Telegraaf.

Abortus: het debat dat niet gevoerd mag worden

Meld u gratis aan voor onze WhatsApp-berichtendienst om op de hoogte te blijven van nieuwe acties en artikelen van Stirezo Pro Life. Aanmelden »

Abortus is een onderwerp, schrijft journalist Wierd Duk, waarover het “in Nederland bijna niet mogelijk is een serieus debat te voeren zonder dat critici worden gedemoniseerd.”

Duk merkt dit op in een column in De Telegraaf, waarin hij terugkijkt op een artikel dat hij in diezelfde krant publiceerde naar aanleiding van de Week van het Leven. Onder het motto ‘Vergeet het baasje in eigen buik niet!’ haalde die campagne met een doeltreffend reclamespotje de aandacht weg bij de moeder, en vestigde die op het kind, dat immers elke abortus per definitie met zijn leven betaalt.

‘Handelsgeheim’

De dood van het kind bij abortus: dat is niet alleen iets waar de quasi-wereldverbeterende abortusvoorstanders het nooit over willen hebben, ze verdragen ook niet dat anderen het aankaarten. Intussen weten ze het natuurlijk heel goed. De talloze gedode abortuskinderen zijn hun ‘handelsgeheim’, zou je kunnen zeggen. En een geheim moet een geheim blijven. In een duidelijke poging tot muilkorving en monopolisering van de publieke opinie, riepen tal van bekende Nederlanders dan ook op tegen het pro-life reclamespotje massaal een klacht in te dienen bij de Reclame Code Commissie.

Drie vrouwen aan het woord

Wat de abortuslobby in het bijzonder woedend gemaakt zal hebben, is dat in het spotje niet alleen drie vrouwen centraal staan, het zijn ook nog drie jonge vrouwen. Alle drie maken die zich hard tegen abortus. Dat weerlegt de mythe dat abortus een ‘vrouwenrecht’ zou zijn dat uitsluitend door conservatieve mannen wordt betwist. Wierd Duk laat de drie vrouwen in De Telegraaf gewoon aan het woord.

Ze zijn om heel verschillende redenen pro-life:

- Bonicia Reijke (27) was met achttien jaar zwanger. “Ik zag op de echo het lichaampje van het kindje, hoorde het hartje. Thuis op de bank ging ik nadenken. Ik was altijd voor abortus, maar nu dacht ik: nee.”

- Jolinda Hooglander (19), studente diergeneeskunde, zag bij toeval een doodgeboren kindje van 25 weken, dus van net voorbij de abortusgrens van 24 weken. “We stonden bij het mandje: een echte baby, in een bedje, het mutsje op, het kindje van helemaal af. Toen kreeg abortus voor mij een gezicht.” Ze realiseert zich nu dat een op de acht zwangerschappen eindigt in een abortus, ruim 30.000 per jaar. “De meeste mensen beseffen dit niet.”

- Willeke Hoogendoorn (25) studeert pedagogiek en is vrijwilligster in het Babyhuis in Schiedam, dat opvang biedt aan kwetsbare zwangere en pas bevallen vrouwen: ‘Sommige hebben net als Bonicia, in de abortuskliniek gestaan, maar wat ik zie is: als zij de juiste ondersteuning en begeleiding krijgen, een woning, een baan, redden zij het vaak wel. En dikwijls geeft hun kind hun een doel in het leven.”

Waken bij abortuscentra is een recht en moet dat blijven!

‘Machtsoverwegingen’

Dit optreden van drie jonge vrouwen ten gunste van het ongeboren kind, heeft links Nederland woedend gemaakt. Duk: “Alsof we hier te maken hadden met zware criminelen, zo werden de vrouwen – ook door een aantal prominente Nederlanders – toegesproken. D66-Kamerlid Rob Jetten had het over ’bagger’ en ’idioterie’. ’Dat Biblebelt-accent’, klaagde cabaretier Claudia de Breij, ’en boven alles die wálgelijke tekst’." Volgens programmamaker Tim Hofman kan de abortus-critici het ongeboren leven niets schelen "maar willen ze hun interpretatie van de Bijbel doordrukken uit machtsoverwegingen’. Welke ’overwegingen’ dat zouden kunnen zijn,zegt hij dan weer niet.

'Laatste taboes’

Zo werken abortusvoorstanders er gezamenlijk aan rond abortus een “intimiderende sfeer” te laten doorbestaan, schrijft Duk. Dat is niet onschuldig, want “die kan voor journalisten reden zijn om zich niet aan zo’n onderwerp te wagen: wie heeft er zin in ophef en beschuldigingen? Toch verdienen ook de laatste taboes in onze postmoderne samenlevingen het om journalistiek te worden belicht.”

Leven en dood

Maar hoe onaangenaam ook, de consternatie is pure winst voor pro-life. Abortus floreert immers bij de stilte van het kerkhof, bij het zwijgen over wat het werkelijk is. Abortusvoorstanders hebben er dus alle belang bij het debat over abortus taboe te houden. Tegen het motto van deze Week van het Leven ‘Vergeet het baasje in eigen buik niet!’ waren ze echter niet opgewassen. Niet alleen vestigt dat effectief de aandacht op het enige echte slachtoffer, het kind, maar ook keert het een feministische slogan handig tegen zijn bedenkers. Want wel degelijk gaat het uiteindelijk bij abortus, zoals Bonicia Reijke opmerkt, “over een keuze tussen leven en dood”.