Hoe rechters en politici het recht op leven verdraaien in een ‘recht op abortus’ (2)

Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg. Foto: Marcella Bona, (CC BY-NC-SA 2.0)

Hoe rechters en politici het recht op leven verdraaien in een ‘recht op abortus’ (2)

Meld u gratis aan voor onze WhatsApp-berichtendienst om op de hoogte te blijven van nieuwe acties en artikelen van Stirezo Pro Life. Aanmelden »

Het rapport-Matic, dat abortus gelijkstelt aan een mensenrecht, is op 24 juni 2021 aangenomen door het Europees Parlement. Helaas, maar niet onverwacht. Hoe is dit mogelijk? Hoe kun je het doden van een ongeboren kind ooit als mensenrecht voorstellen? Toch lijkt dit de juridische stand van zaken te worden. In een eerder artikel hebben we laten zien wat daar gedurende decennia aan voorafgegaan is: hoe rechters en juristen het ‘recht op leven’ diabolisch hebben omgekeerd tot grondslag voor een ‘recht op abortus’. Het ‘recht’ dus om een kind in de moederschoot te doden. Straffeloos.

Geïnfiltreerd door abortusmensen

Inmiddels is het streven abortus universeel te maken een globalistisch project. Het speelt niet alleen in de EU, maar ook in de Verenigde Naties. Dit ondanks het feit dat het ‘Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind’ (1989) van diezelfde Verenigde Naties die rechten uitdrukkelijk garandeert en zelfs het kwetsbare kind bijzondere bescherming toezegt “zowel vóór als na de geboorte”. Maar wat hebben woorden, hoe krachtig ook, voor betekenis, als uitgerekend de commissie die belast is met het toezicht op de naleving van dit verdrag, geïnfiltreerd is door abortusmensen?

Lees ook: Europees Parlement wil van abortus ‘mensenrecht’ maken

Stop gedwongen euthanasie

Kromme juristerij

Zo kan het ook gebeuren dat het Comité voor de Rechten van de Mens van de Verenigde Naties momenteel overweegt aan het recht op leven een zodanige herinterpretatie te geven dat het alle staten verplicht abortus te legaliseren. Denk niet dat deze kromme juristerij alleen ongeboren kinderen treft. Het werkt dóór en zet de onschendbaarheid van al het onschuldig menselijk leven op losse schroeven. Het is heel goed mogelijk dat u er zelf nog mee te maken krijgt. De cultuur van de dood stopt immers niet bij abortus: in het spoor daarvan vindt het Comité van de Rechten van de Mens dat ook hulp bij zelfdoding en euthanasie als ‘mensenrecht’ dienen te worden gelegaliseerd. Alles in naam van het recht op leven!

‘Naar aard ongelijk’

Kan dat allemaal zomaar? Mensenrechten zijn na de Tweede Wereldoorlog toch juist geformuleerd om het vrijelijk doden van medemensen te voorkomen? Dat klopt. Als je er onderdoor wil duiken, moet er dus een list bedacht worden. Europese rechters hebben die gevonden. Wat abortus betreft, vertrekken zij vanuit het aanvaarde waarde-onderscheid tussen het leven van het ongeboren kind en dat van de moeder. Dat waarde-onderscheid is uiteraard praktisch-juridisch, niet filosofisch-ontologisch. Dat maken de rechters er echter wel van. Ze spreken van het leven van moeder en ongeboren kind als “naar hun aard ongelijk”. Waarom? Omdat de moeder “actief deelneemt aan het normale dagelijks leven van een democratische samenleving” en het kind niet. Dat voorspelt weinig goeds voor mensen die in coma liggen, of wie anderszins van “normaal dagelijks leven” uitgesloten zijn.

Doelredenering

Maar hier blijft het niet bij. Het leven van het ongeboren kind dient nog verder te worden afgewaardeerd. Dat doen rechters door de menselijke persoon als drager van rechten afhankelijk te verklaren van diens “bewustzijn”. Hebben ongeboren kinderen dat dan niet? Of wanneer begint het precies? Tja, wie zal het zeggen? Die onzekerheid is stap één. Stap twee heeft het Europese Hof voor de Rechten van de Mens gezet, namelijk abortus het voordeel van de twijfel te geven. Zelfs pal voor de geboorte van het kind, als de aanwezigheid van bewustzijn nauwelijks nog een vraag lijkt. Maar dan is het EVRM opeens heel rechtlijnig: tóch aborteren. Best knap: niet weten wanneer menselijk bewustzijn begint, maar wel dat er geaborteerd mag worden. In feite misbruikt het Hof een wetenschappelijke onzekerheid als gaatje voor een doelredenering.

Lees ook: Drie dodelijke dubbelzinnigheden van de abortuswet

Bestel Catechismus tegen abortus

Afhankelijk van gewenstheid

De ene relativering brengt de andere mee. De opvatting dat een kind pas persoon is, wanneer - om zo te zeggen - zijn geest uit zijn lichaam tevoorschijn komt, maakt het menszijn van dat kind afhankelijk van de erkenning door volwassenen. Zo krijgt het leven een heel vreemd waarderingsmodel door juristen toegekend. Bij verwekking heeft de mens zogenaamd nog geen enkele waarde, die bouwt hij pas geleidelijk op, afhankelijk van zijn gewenstheid door zijn ouders. Als die gewenstheid er niet is (en het kind desondanks aan abortus ontsnapt), bouwt hij slechts geleidelijk een autonome waarde op, op eigen kracht, afhankelijk van zijn toenemend en zich ontwikkelend bewustzijn. Het Inter-Amerikaanse Hof voor de Rechten van de Mens oordeelde dan ook: “de bescherming van het recht op leven is niet absoluut maar veeleer geleidelijk en progressief, naar gelang zijn ontwikkeling.”

Tweesnijdend zwaard

Zo zijn we - met dank aan ‘progressieve’ juristen - wel heel ver verwijderd geraakt van de traditionele christelijke opvatting waaruit de mensenrechten nu juist zijn voortgekomen en waar zij op berusten: dat de mens een onsterfelijke ziel heeft van oneindige waardigheid, waardoor hem zekere, onvervreemdbare rechten van Godswege toekomen. Die opvatting heeft de moderne mens ingeruild voor een comfortabel naar zichzelf toe redeneren, waarbij een ongeboren kind dat zijn of haar leventje dreigt te ontregelen, probleemloos kan worden gedood. Overigens net als je oude moeder die in coma ligt of ‘ondraaglijk en uitzichtloos' lijdt. Maar bedenk wel: deze nieuwe juridische ‘logica’ is een tweesnijdend zwaard. Eenmaal ontheiligd, zal het menselijk leven uiteindelijk helemaal nergens meer veilig zijn.