Orgaandonatie: pas na ‘hersendood’ en uitnemen organen treedt de echte dood in

Op 1 juli 2020 treedt de vernieuwde donorwet in werking. Deze wet maakt van iedere Nederland in beginsel een orgaandonor. Terwijl organen uitgenomen worden in een stadium waarin het absoluut niet zeker is dat iemand helemaal overleden is. Want de dood kent vele gezichten. Of, zoals een klassieke Engelse schrijver het bloemrijk verwoordde: ‘De dood heeft tienduizenden verschillende deuren waarlangs mensen van het toneel verdwijnen’. Maar wanneer gaat die deur onomkeerbaar achter ons dicht? Hoe weten we dat? Kunnen we dat weten?

Hersenactiviteit

Dat is nog niet zo gemakkelijk als het lijkt. Maar het is wel een centrale vraag bij orgaandonatie. Het sterven is het moment waarop de ziel definitief van het lichaam scheidt, maar wanneer dat moment precies valt is niet met zekerheid te bepalen. Zoals blijkt uit het verslag dat verpleegkundige Anjo van de Mortel voor de Eerste Kamer hield, kan ziekenhuispersoneel gretig zijn om al tot ‘uitname’ over te gaan, terwijl de patiënt nog niet eens dood is en zelfs nog dagenlang hersenactiviteit vertoont.

Nog niet helemaal

Als die dan eindelijk toch “overleden verklaard” wordt, omdat de hersenen geen signalen meer afgeven, zelfs dan ligt er nog altijd een warm en – kunstmatig – ademend lichaam voor. Dan is de patiënt ‘hersendood’. Wanneer je als familie zo’n lichaam, buiten bewustzijn maar vanuit gewoon menselijk perspectief nog levend, moet prijsgeven voor orgaandonatie kan dit traumatisch zijn. Er zijn bovendien gevallen bekend van mensen die hersendood werden verklaard, maar toch weer bij bewustzijn kwamen. Zelfs vanuit een puur naturalistisch of materialistisch standpunt is hersendood dus nog niet helemaal dood.

Problematische term

Wanneer je je bereid hebt verklaard om organen af te staan, doe je dit in de veronderstelling dat dit pas zal gebeuren als je werkelijk dood bent, en niet alleen maar kansloos op weg erheen. Maar de vragende partij heeft een ander belang. Die wil functionerende organen uit een warm, ademend en kloppend lichaam. Uit die behoefte is de aanduiding ‘hersendood’ geboren. Juist om die reden is ‘hersendood’ een nogal problematische term, die zich in betrekkelijk korte tijd ontwikkeld heeft, parallel aan de groeiende behoefte aan te transplanteren organen. In de jaren zestig van de vorige eeuw ontstond door de komst van beademingsapparatuur, maar ook omdat men organen voor transplantatie wilde verkrijgen een sterke behoefte tot heroverweging van de criteria voor medische vaststelling van de dood. Die criteria heetten opeens ‘verouderd’ te zijn.

Grijze zone

‘Hersendood’ is dus een medische status, die men als gelijkwaardig aan ‘overleden’ wil zien. Daarom definieert de Amerikaanse Uniform Determination of Death Act de dood nu als ‘onomkeerbare beëindiging van alle functies van de gehele hersenen, inclusief de hersenstam’. Deze ‘hersendood’ markeert het begin van een proces dat uiteindelijk eindigt in een lichamelijke dood, hoewel die dus nog niet op dat moment plaatsvindt, maar later. De ‘somatische dood’, de ‘echte’ dood dus, is het einde van het stervensproces en het begin van het proces van lichamelijke desintegratie. De term’ hersendood’ creëert aldus een grijze zone van overgang tussen leven en dood, waarin succesvol orgaandonatie kan plaatsvinden.

Onomkeerbaar

Dit wijst op een verschuiving van medische normen. Nog in 1976 verklaarde een transplantatiechirurg: “Ik betwijfel of een van de leden van ons transplantatieteam kan accepteren dat iemand dood is zolang er een hartslag is… Zou een arts ooit bereid zijn om een ongeschonden vitaal orgaan te verwijderen voordat de bloedsomloop is gestopt?” Niettemin had een commissie van de Harvard Medical School in 1968 al een nieuwe definitie van hersendood voorgesteld. Hun rapport, ‘A Definition of Irreversible Coma’, concludeerde dat zowel ‘onomkeerbare coma’ als ‘permanent verlies van intellect’ voortaan als criteria moesten gelden voor de dood.

Gezond verstand

Maar kun je van een lijk zeggen dat het ‘comateus’ is, of dat het lijdt aan ‘permanent verlies aan intellect’? Zoiets werkt eerder op de lachspieren. Met andere woorden, wat ook de medische overwegingen zijn, voor het gezonde verstand treedt de dood pas in, na en niet gelijktijdig met de ‘hersendood’. De voorzitter van de Harvard-commissie vond in 1968 dergelijk overwegingen echter getuigen van ‘willekeur’ en zag in het redden van levens door transplantatie een goede reden om ‘hersendood’ voortaan als gelijkwaardig te zien aan lichamelijk ‘dood’. In 1981 werd deze opvatting door de Amerikaanse overheid overgenomen.

Brein

Hierna ging het snel. In andere landen vonden vergelijkbare ontwikkelingen plaats. Een reeks invloedrijke artikelen in 1982 leidde tot een vrijwel universele acceptatie van de dood van de hersenstam. Het centrale argument was dat, net zoals de onomkeerbare stopzetting van de hartslag en de ademhaling de dood van de hele patiënt inhoudt, zonder dat dit de onmiddellijke dood van elke cel in het lichaam betekent, zo ook de onomkeerbare stopzetting van de functie van de hersenstam niet onmiddellijk de dood van elke hersencel inhoudt, maar wel de dood van het hele brein.

‘Sociale constructie’

Een onderzoeker van de problematiek, de neuroloog prof. R.M. Taylor, concludeert echter: ‘Zorgvuldige analyse laat zien dat aan de hersenen gerelateerde criteria voor de dood niet te rijmen zijn met de traditionele opvattingen van dood.” Hij stelt vast dat ‘hersendood’ een “sociale constructie is die gecreëerd is voor nutsdoelen, op de eerste plaats om orgaantransplantatie toe te laten.” De beste algemene definitie van dood blijft volgens hem “de gebeurtenis die het proces van sterven scheidt van het ontbindingsproces”. Bij menselijke wezens is en blijft dit “het permanent ophouden van de bloedsomloop”. Een terugkeer naar deze klassieke definitie zou echter orgaandonatie grotendeels onmogelijk maken en volgens Taylor daardoor “serieuze politieke problemen” opleveren. Daarom noemt hij de “sociale constructie” van ‘hersendood’ als de “wettige definitie van dood”, hoe problematisch ook, als “ons enig aanvaardbare alternatief”.

Terdege beseffen

Het is maar de vraag of de potentiële donor daar ook zo over denkt. Wie in het donorregister zijn organen beschikbaar stelt, moet terdege beseffen dat deze hem al voor zijn eigenlijke sterven ontnomen zullen worden. ‘Hersendood’ is een uit praktische overwegingen geboren term om een laatste levensfase aan te duiden die vanuit medisch oogpunt ideaal is voor het oogsten van te transplanteren organen. Het echte overlijden vindt echter pas daarna plaats.

Dit is een artikel uit de nieuwsbrief van Stirezo, die speciaal over het thema van orgaandonatie gaat. Bestel nu gratis een exemplaar: