Primeur: geaborteerd jongetje opgenomen in burgerlijke stand

Kinderen die dood ter wereld komen, blijven naamloos. Voor het bevolkingsregister bestaan zij niet. Daar is dit jaar echter verandering in gekomen. Een ouder die dat wil, kan een dergelijk kind alsnog aangeven bij de burgerlijke stand, de Basisregistratie Personen (BRP).  Hiermee komt de staat tegemoet aan de gevoelens van ouders, die bijvoorbeeld na een miskraam, door de registratie geholpen kunnen worden bij de verwerking van het verlies.

Recht op inschrijving

Al is het dan achteraf, de registratie van de burgerlijke stand van het kindje is de erkenning van de staat dat het kindje een menselijke persoon is geweest. Dat staat op gespannen voet met de abortuswetgeving, die het in de praktijk gemakkelijk maakt om een ongeboren kind tot aan de levensvatbaarheidsgrens te doden. Maar het recht op inschrijving geldt ook voor geaborteerde kinderen. Het programma NieuwLicht (EO) zond op 22 april, Tweede Paasdag, een documentaire uit over twee vrouwen die aangifte deden bij de burgerlijke stand. De eerste van een kind dat door een miskraam levenloos ter wereld kwam, de andere, Yara (28), is een jonge vrouw die midden in de zwangerschap door haar vriend in de steek werd gelaten en daarom tot de abortus van het ongeboren jongetje besloot. Zij kreeg daar later bitter spijt van.

Wereldprimeur

 In gesprek met Tijs van den Brink legt zij uit dat abortus aan zwangere vrouwen vaak als “oplossing” wordt voorgespiegeld, “maar dat is het niet”. Na de aanvankelijke opluchting, liet de abortus juist een diep en blijvend gevoel van gemis bij Yara achter. Daarom besluit zij in de uitzending als eerste gebruik te maken van de nieuwe wettelijke mogelijkheid een geaborteerd kind, háár eigen kind, aan te geven bij de burgerlijke stand. Zij wordt hierbij begeleid door advocaat Don Ceder. De uitzending van Nieuwlicht brengt deze unieke stap, waarschijnlijk een wereldprimeur, in beeld.

‘Totaal verschillende wetten’

Afgezien van de menselijke factor die de uitzending alleen al de moeite waard maakt, is er het juridische en filosofische aspect. Hoewel uitgenodigd door interviewer Tijs van den Brink, gaat kamerlid Vera Bergkamp (D66), verantwoordelijk voor de nieuwe wet, daar niet op in. Ze blijft slechts herhalen dat de nieuwe wet en de abortuswet twee “totaal verschillende wetten” zijn, die volgens haar niets met elkaar te maken hebben. Dat moge zo zijn, commentarieert medisch ethicus Theo Boer, maar “veel kijkers zullen dit niet begrijpen: eerst is er een wet die het toestaat dat je je kindje het leven ontneemt, vervolgens mag je datzelfde kind, postuum en geheel legaal, een maatschappelijke status toekennen. Dat maakt het voor het debat interessant: het zijn twee ethische gedachtestromen die op elkaar botsen.”

Objectieve tegenspraak

Je kunt het ook simpeler formuleren en concluderen dat hier twee wetten elkaar lijnrecht tegenspreken. Vanuit de registratiewet gedacht gaat het bij ongeboren leven kennelijk om menselijke personen. De abortuswet staat het onder bepaalde beperkingen (in de praktijk niet veel om het lijf hebben) echter toe diezelfde menselijke personen desgewenst om het leven te brengen. Dit is een objectieve tegenspraak die niet kan blijven bestaan. Onafhankelijk van de vraag of individuele politici dit willen zien of niet, de unieke registratie van dit geaborteerde jongetje brengt een geheel nieuwe dynamiek in het abortusdebat.

De documentaire kunt u HIER bekijken.

Stirezo komt op voor de ongeboren kinderen, tegen abortus.
Help onze strijd met een gift!