Push voor flitsabortus – verplichte beraadtermijn op de helling

Eerder dit jaar verscheen het rapport van de tweede evaluatie van de abortuswet die in 1984 van kracht werd. In het rapport wordt, net als bij de eerste evaluatie, de aanbeveling gedaan om de verplichte beraadtermijn, de 5 dagen bedenktijd die een vrouw moet nemen voor ze tot abortus kan overgaan, af te schaffen. De laatste drempel die abortus nog heeft, de 5 dagen respijt die voor veel ongeboren kinderen letterlijk het verschil tussen leven en dood betekenen, moet volgens de onderzoekers weg. De abortuslobbyisten van Rutgers openen tegelijkertijd een offensief in de media om de aanbeveling kracht bij te zetten en flits-abortus mogelijk te maken.

Rationele beslissing

De beraadtermijn is in 1984 in de wet opgenomen om de vrouw voldoende tijd te geven om goed na te denken of ze haar ongeboren kind wil aborteren. Immers, in de mogelijke ontsteltenis onmiddellijk na de ontdekking van een zwangerschap is de vrouw soms niet in staat om een rationele beslissing te nemen over haar toekomst en die van haar kind. De beraadtermijn van 5 dagen geeft de vrouw de tijd haar emoties de baas te worden, haar gedachten te ordenen, hulp te vragen aan dierbaren, en na te denken over de toekomst. Het is de enige wettelijke hindernis die een vrouw moet nemen om haar ongeboren kind te aborteren.

Onnodige belemmering

Volgens de opstellers van het evaluatierapport kan deze drempel weg, enerzijds omdat ‘sommige vrouwen’ de bedenktijd als een onnodige belemmering ervaren en de bedenktermijn er soms voor zorgt dat abortusmethoden worden ingeperkt (bijvoorbeeld omdat door de 5 dagen de uiterste termijn voor medicamenteuze abortus wordt overschreden); anderzijds omdat ‘er uit de evaluatie geen signalen naar voren zijn gekomen dat een vaste beraadtermijn nodig is voor een zorgvuldige besluitvorming’.

Ontbrekende signalen

Dit argument is misleidend. Wat voor signalen zouden dat moeten zijn? Men zou kunnen denken aan vrouwen die tijdens de verplichte bedenktijd tot het inzicht kwamen dat ze toch geen abortus wilden. Die zullen geneigd zijn de verplichte bedenktijd positief te waarderen. Maar dergelijke gevallen lijken in het onderzoek niet te zijn meegenomen. De zes vrouwen die een vragenlijst ingevuld hebben kozen namelijk wél voor abortus. Zij zullen weinig waarde hechten aan een vaste beraadtermijn en deze eerder als een belemmering zien.

Baat bij abortus

Ook de ondervraagde abortushulpverleners – die immers betaald krijgen per abortus en dus gebaat zijn bij zoveel mogelijk cliënten – hebben geen belang bij een verplichte beraadtermijn. Van hen zijn signalen voor de noodzaak van een verplichte beraadtermijn eveneens niet te verwachten. Als de ondervraagde vrouwen en abortushulpverleners geen enkele drijfveer hebben om de bedenktermijn positief te waarderen, is het dan redelijk om op basis van dergelijke ‘ontbrekende signalen’ te concluderen dat de beraadtermijn onnodig is? Natuurlijk niet.

Twijfelende vrouwen laten dit niet merken

In het eerste evaluatierapport in 2005 stelden de onderzoekers voor, als alternatief voor de minimale beraadtermijn, dat de arts bepaalt hoeveel tijd een vrouw nodig heeft om tot een goede overweging te komen. In een schriftelijk parlementair overleg daarna, schreef de toenmalig staatssecretaris dat daarin een gevaar schuilt: “Een meerderheid van de vrouwen die zegt te twijfelen laat dit niet merken tijdens het gesprek met de arts in de kliniek. Het is dan voor een arts uitermate lastig om goed in te schatten of de keuze al voldoende is overwogen.” Met andere woorden, de arts moet zijn inschatting maken op basis van wat de vrouw zegt, maar er is geen garantie dat wat zij zegt waar is. Daarnaast komt het vaak voor dat vrouwen bij het eerste gesprek het idee hebben dat hun besluit vast staat, maar in de 5 dagen daarna toch van gedachten veranderen. Het voorgestelde alternatief werd dus afgewezen.

Verwerkingsproblemen

Verder schreef de staatssecretaris dat, zo geven maatschappelijk werkers aan, veel vrouwen achteraf te maken krijgen met verwerkingsproblemen juist vanwege een besluit dat te snel en onzorgvuldig is genomen. Een minimale beraadtermijn kan helpen dit te voorkomen. Er is geen reden om aan te nemen dat deze bezwaren – en andere die de staatssecretaris noemt – nu niet meer zouden gelden. Vreemd genoeg worden ze in het tweede evaluatierapport niet genoemd of weerlegd. De aanbeveling om de beraadtermijn af te schaffen is gebaseerd op magere en misleidende argumenten, terwijl redenen vóór de vaste bedenktijd niet meegenomen zijn in de afweging.

Superbetuttelend

Dat weerhoudt “Nederlands kenniscentrum seksualiteit” Rutgers er niet van om een eigen lobby te starten voor afschaffing van de beraadtermijn. Directeur Ton Coenen pleitte vorige maand in een ingezonden artikel in het NRC Handelsblad voor afschaffing, vooral omdat de verplichte bedenktijd voor vrouwen ‘onnodig emotioneel en fysiek belastend’ zou zijn. In een interview met RTL Nieuws noemt Coenen de verplichte termijn zelfs ‘superbetuttelend’: “”We hebben het over vrouwen, niet over kinderen. Ze weten wat ze willen, hebben daar echt al heel goed over nagedacht voordat ze een afspraak met een kliniek maken. Waarom moet je dan zeggen dat ze er nog eens goed over moeten nadenken?”

Heftige emoties

Coenen gaat echter volledig voorbij aan het gegeven dat de vaste beraadtermijn juist is ingesteld omdat veel vrouwen door de soms heftige emoties na ontdekking van de zwangerschap níet in staat zijn een weloverwogen besluit te nemen. Dat blijkt uit het feit dat veel vrouwen tijdens de bedenktijd besluiten het kind toch te houden, dat veel vrouwen die zonder voldoende bedenktijd voor abortus kiezen te maken krijgen met verwerkingsproblemen, en ook uit het feit dat relatief veel vrouwen niet op de afspraak met de abortuskliniek verschijnen, vaak omdat ze voor uitdragen van de zwangerschap gekozen hebben (zo geeft het rapport toe).

Onnoemelijk leed

Deze push voor flitsabortus, waarbij het aantal impulsieve abortussen zal toenemen, is in tegenspraak met wat op de website van Rutgers staat [link 1], namelijk dat ze het belangrijk vinden dat vrouwen een weloverwogen keuze maken. Dat kan namelijk alleen als de vrouw daarvoor de tijd neemt, en niet beïnvloed wordt door abortuscentra, die een ander belang hebben dan haar eigen en die van haar ongeboren kind, om de abortus meteen maar te laten uitvoeren. Het invoeren van flitsabortus zal veel onnoemlijk leed veroorzaken. Het gaat precies de verkeerde richting op, met meer abortussen tot gevolg, terwijl we juist toe moeten naar recht op leven voor ieder ongeboren kind. Dat moet weer vanzelfsprekend worden en mag nooit onderwerp van beraad zijn.  

Lees ook: Kindereuthanasie: het hellende vlak helt nog verder