Een waakster vertelt: 'Vrouwen zijn van de kaart door intimidaties vanuit het abortuscentrum'

Bij abortuscentrum Bloemenhove: rechts de wakers voor de ongeboren kinderen met pater Christian. Geheel rechts is zuster Monja nog te herkennen. Links de tegendemonstranten die het doden van kinderen in het abortuscentrum verdedigen. (Beeld: eigen foto)

Een waakster vertelt: 'Vrouwen zijn van de kaart door intimidaties vanuit het abortuscentrum'

Lise Davidson is waakster bij abortuscentrum Bloemenhove in Heemstede. Wat beweegt haar op straat te bidden en zich als huismoeder bloot te stellen aan de bespotting en intimidatie door abortusactivisten? Zelfs door het abortuspersoneel?

“Toen ik met het waken begon, bestonden er nog geen beperkingen”, vertelt ze. “Niet door corona en ook niet vanwege de gemeente. Ik was heel gemotiveerd, uit liefde voor het leven. Van God hangt alles af. Ik ging ernaar toe vanuit de gedachte: Jezus is op Calvarie gestorven, maar daar worden er kinderen vermoord. Ik wilde bidden, zoals Maria onder het kruis. Sinds drie jaar doet ik dat samen met pater Christian en zuster Monja.”

Hoe bent u bij hun pro-life werk betrokken geraakt?

“Ik ben ervoor benaderd tijdens de Mars voor het Leven. Maar los daarvan had ik altijd al iets met het onderwerp. Ik wist gewoon dat het niet goed was. Ik kom uit Zuid-Amerika, ik ben katholiek gedoopt en heb H. Communie gedaan, maar ik was lauwwarm, wist eigenlijk ook niet veel van het geloof af. Ik heb dus een bekering ondergaan. Ik heb in Duitsland gestudeerd en in Nederland in een mooie functie in de financieringswereld gewerkt. Ik liep echter een burn-out op en besloot toen mij voortaan toe te leggen op mijn gezin. Direct heb ik toen mijn geloof serieuzer opgepakt. Steeds wist ik ergens al dat abortus gewoon niet klopte, maar ik was te druk met andere dingen. Ik heb ooit een miskraam gehad. Bij die gelegenheid had ik een echo gezien van het kind dat nog maar acht weken was. Dat was geen klontje cellen, maar een mensje dat je kon zien, met voetjes en een kloppend hartje. Helaas draaide het uit op een miskraam in de tiende week. Maar ik wist dus waar ik het over had: dat mijn kind een feit was, een wetenschappelijk feit. Dat een kind van die leeftijd geen hoopje celletjes is, maar al een mens. Niemand kon mij ooit nog iets anders wijsmaken.”

STI WhatsApp-banner

Maar hoe kwam u ertoe de daad bij het woord te voegen?

“Ik was aanwezig bij een H. Mis bij de Blauwe Zusters, met heel veel jonge mensen. Samen met hen ben ik ook bij de Mars voor het Leven geweest. Een van de jongedames nodigde mij uit of ik in de biddersgroep wilde. Ik zei ja. Daarna hoorde ik een tijdje niets. Een paar maanden later kreeg ik te horen dat er mensen nodig waren die bij de Aanbidding in de H. Bavo-kathedraal tot het Heiligst Sacrament zouden blijven bidden, terwijl tegelijkertijd de wakers hun werk deden bij abortuscentrum Bloemenhove. Ik zei: ‘Prima, jullie doen dat, dan blijf ik bij de Aanbidding.’ Ik voelde mij daartoe geroepen. Toen de mensen terugkwamen van Bloemenhove - zuster Monja, pater Christian en nog een aantal leken - vroeg pater Christian mij of ik de volgende keer ook mee wilde gaan. Ik zei “OK”. Als hij mij niet zo nadrukkelijk gevraagd had, was het er waarschijnlijk ook nooit van gekomen. Ik vond het wel een goede taakverdeling: ik de Aanbidding en zij het moeilijke werk. Zo ben ik begonnen als bidder.”

Hoe ging die eerste keer?

“We hadden een groep van zeven of acht mensen, zodat kunnen we de taken konden verdelen. Drie of vier legden zich toe op het bidden, we stonden daar gewoon in concentratie en ondersteunden de acties met gebed. De ander drie of vier spraken, ondersteund door ons gebed, de vrouwen aan. Onze inzet is daarbij steeds de liefde. Liefde voor de moeder ook, voor ouders die zo in de war zijn dat ze hun eigen kinderen laten doden. Hun de blijde boodschap van Jezus te brengen. Vanuit die gedachte spreken we hen aan, eerst met een begroeting. ‘Goedendag, ik heb belangrijke informatie voor u.’ Die eerste keer ging alles goed. Dat denk ik ten minste, want bij het bidden houd ik mijn ogen dicht.”

Moest u een drempel over om zelf vrouwen aan te spreken?

“Laten we zeggen: een drempeltje. Waarschijnlijk niet meer zo erg hoog omdat ik toen al maandenlang aan het bidden was. Ik wist dat ik het aanspreken van vrouwen vroeg of laat ook een keer zou moeten doen, omdat zuster Monja en vader Christian nu en dan verhinderd waren. Dus dat zag ik wel aankomen. Maar de eerste keer was wel spannend.”

Help zuster Monja met een gift

Wat was de concrete aanleiding voor u om ook zelf de bezoeksters van het abortuscentrum aan te spreken?

“Vader Christian en zuster Monja komen gewoonlijk heel vroeg aan, andere mensen komen later, afhankelijk van hun dagschema – ze moeten voor kinderen zorgen en andere dingen doen – ze nemen dan deel aan het waken in een tijdsslot dat bij hen past. Op een gegeven moment kwamen echter de beperkingen door de gemeente. Tegelijk waren er begin 2020 ook de coronamaatregelen. In die tijd konden de pater en zuster niet komen vanwege de reisbeperkingen. Toen stonden we daar. Opeens moest ik het zelf doen. Omdat ik Duits spreek, werd ik een paar keer gevraagd de Duitstalige bezoekers aan te spreken.”

Komen er veel bezoekers uit Duitsland?

“Ja, omdat de wet in het buitenland strenger is. Daarom komen mensen uit Frankrijk en Duitsland. Sindsdien heb ik ook zelf vrouwen aangesproken. Trouwens ook mannen. We hebben daarbij de coronamaatregelen steeds gerespecteerd, maar we vonden wel oplossingen. Om de folder aan de vrouwen te geven bijvoorbeeld mochten we niet dichterbij komen dan anderhalve meter, maar een speciaal klaargemaakte stok lukte het toch de vrouwen op afstand de folder aan te reiken.”

Hoe reageerden die daarop?

“In de korte tijd dat ik zelf dit werk heb gedaan, hebben veel mensen de folder aangenomen. De groep wakers bestond al een aantal jaren, op het moment dat ik mij aansloot. Veel mensen hebben daarnaast ook nog de Wonderdadige Medaille ontvangen. Ook heel veel partners van vrouwen zijn aangesproken, als die buiten even een luchtje schepten. Ik kan me nog goed herinneren dat ik een man heb aangesproken wiens vrouw binnen lag. Die vrouw wilde de abortus, maar de man was er heel verdrietig van: het was hun vierde kind en hij wilde het houden maar zij wilde geen vierde. Zij kwamen helemaal uit Zwitserland. De vrouw wilde de avond van dezelfde dag nog terugvliegen.”

Burgemeester van Haarlem, handhaaf het recht op pro-life waken!

Komt het vaak voor dat de wakers met de partners contact hebben?

“Ja, ik heb een paar keer meegemaakt dat een jonge vrouw het gewoon zelf niet wil. Ik heb bijvoorbeeld met een Poolse vrouw gesproken die boos werd. Maar vaak maken we juist contact met de partner of begeleider. Op ene keer sprak ik een jonge Duitse vrouw aan van rond de twintig, die begeleid werd door een oudere vrouw van een jaar of veertig. Ik begroette hen netjes. Ze draaiden zich naar mij toe en waren geïnteresseerd. Op dat moment schreeuwde een medewerkster van het centrum vanuit een raam op de eerste verdieping: “Niet praten met die vrouw! Binnenkomen!” De twee Duitse dames schrokken zich wezenloos. Ze waren helemaal van de kaart door het geschreeuw vanuit het abortuscentrum. Zelf was ik eveneens geïntimideerd door deze brute tussenkomst.”

Door het abortuscentrum. En dat terwijl abortuscentra standaard de wakers van ‘intimidatie’ beschuldigen..

“Precies. De sfeer van rustig overleg en gesprek met de vrouwen was natuurlijk volkomen verstoord. Ze haastten zich weg.”

Behalve beperkingen van de gemeente hebben jullie ook geregeld met tegendemonstranten te maken.

“Ja, maar wij hebben besloten toch te blijven waken. Deze tegendemonstranten blijven terugkomen om ons te filmen of te fotograferen. Vaak zo hinderlijk mogelijk. Ze hullen zich vaak in sinistere zwarte kleding, ik begrijp dat niet. Ook kwam een lokale politicus van de PvdA ons lastig vallen, zeer luid sprekend en ons becommentariërend.”

Waken bij abortuscentra is een recht en moet dat blijven!

Wat deed hij?

“Terwijl ik aan het bidden was, fotografeerde hij mij van onderaf heel dichtbij mijn gezicht. Het was in coronatijd, maar van de anderhalve meter trok hij zich niets aan. Ik kende hem niet, dus ik vroeg: wie bent u? In plaats van antwoord te geven, begon hij toe te schreeuwen: “Wat doen jullie hier?” en ging hij door met filmen. We kunnen niets tegen die intimidatie doen, want we staan in openbare ruimte. Maar ik ben niet bang, want ik geloof dat ik beschermd word, omdat ik de weg van Jezus ga.”

Binnenkort staat u weer bij Bloemenhove. Ziet u er tegenop?

“Nee, ik verheug mij erop. Persoonlijk ondervind ik er grote genade door. Omdat je weet dat dit de weg van onze Heer Jezus is. En van onze Moeder Maria. Ik probeer mij geestelijk toe te rusten, een geestelijke wapenrusting aan te doen. Door te biechten, naar de Aanbidding te gaan, en heiligen aan te roepen. En door tegenslag en pijn op te dragen als een offer. Zo heb ik een lichamelijk ongemak, bekkeninstabiliteit, waardoor ik pijn krijg als ik lang moet staan. Als ik ’s ochtends bij het abortuscentrum heb gestaan en ’s middags voor mijn gezin moet zorgen, valt dat niet altijd mee. Dat draag ik dan op. Door dit te doen heb ik al zoveel en zo grote genaden ontvangen. En natuurlijk bid ik tot Maria, als koningin van de Hemel en tot de aartsengel Michael, dat daarbinnen in het abortuscentrum en bij de mensen die daar werken iets gebeuren mag.”

En al die intimidatie en belediging, hoe gaat u daarmee om?

“Ach, dat mensen zo boos worden is niet voor niets. Ons waken en bidden doet iets met ze. Al die opgestoken middelvingers, al dat schelden vanaf de fiets of vanuit een langskomende auto wijst erop dat mensen boos worden. Waarom? Omdat hun geweten opspeelt. Dit gedrag komt heel vaak voor. In het begin was ik erdoor geschokt, maar nu heb ik het inzicht gekregen dat hun geweten is geprikkeld en dat is juist goed. Daarom bid ik voor de ongeboren kinderen, maar ook voor de bekering van deze mensen.”