De euthanasiewet in Frankrijk: de dood toestaan om de uitgaven te verminderen?
In een opiniestuk dat is verschenen in de [Franse] krant Le Figaro vestigt arts Pascale Favre, medeauteur van een studie voor Fondapol over de "economische taboes" rond het levenseinde, de aandacht op een aspect dat grotendeels buiten beeld blijft: de begrotingskwestie.
Het eufemisme: "hulp bij het sterven"
Meteen aan het begin van haar analyse waarschuwt zij voor de eufemistische formulering van de wetstekst. Zij stelt dat "het wetsvoorstel dat momenteel in het parlement wordt besproken, onder de eufemistische noemer 'hulp bij het sterven' een recht op euthanasie en begeleide zelfdoding wil invoeren." Zij benadrukt dat deze twee praktijken "in alle opzichten zeer verschillend zijn, ook vanuit economisch oogpunt." De arts benadrukt een punt dat zelden in het openbaar aan de orde wordt gesteld: "Het financiële aspect van de kwestie blijft inderdaad het meest verzwegen, omdat het politiek incorrect is." Volgens haar is het verband tussen legalisering en aanzienlijke besparingen "onbespreekbaar".
Euthanasie als een bezuiniging op de zorgkosten
Gevraagd naar de financiële prognoses, wijst zij op een harde realiteit: "Het laatste levensjaar en nog meer de laatste maand zijn het duurst." Zij vervolgt: "Het toestaan van een vervroeging van de dood voor deze verschillende bevolkingsgroepen houdt wiskundig gezien een vermindering van de uitgaven in." In een context van begrotingstekort, geeft zij toe, "is het terugdringen van de uitgaven een noodzaak." Zij voegt er zonder omwegen aan toe: "Toegeven dat een manier om dit te bereiken het versnellen van de dood van sommigen is, is onuitspreekbaar, maar niet te ontkennen." Mevrouw Favre wijst tevens op een breder effect: "Elk overlijden dat plaatsvindt vóór het 'natuurlijke' einde (…) levert een besparing op die de begrotingspost voor gezondheidszorg ruimschoots overstijgt." Minder weken of maanden leven betekenen besparingen op pensioenen, uitkeringen of sociale uitgaven.
De normalisering neemt toe
Het internationale voorbeeld is volgens haar veelzeggend. Zij vergelijkt de cijfers van Canada en Californië: "In 2024 registreerde Canada 16.499 gevallen van euthanasie (…) terwijl in Californië 1.032 gevallen van hulp bij zelfdoding (…) werden gemeld; er zijn dus 14 keer meer opzettelijke sterfgevallen in Canada." Hieruit trekt zij een cijfermatige conclusie: wanneer euthanasie is toegestaan, neemt het aantal gevallen explosief toe. De arts waarschuwt ook voor de culturele dynamiek die door de legalisering in gang wordt gezet: "In landen waar euthanasie is gelegaliseerd, neemt de banalisering toe en verandert de hele samenleving haar kijk hierop." Zij merkt op dat bij de meest kwetsbaren "een zin vaak terugkomt: 'Ik wil geen last zijn'." Voor haar betekent "het legaliseren van euthanasie om tegemoet te komen aan een beperkt aantal verzoeken om te sterven, dat veel meer kwetsbare mensen ertoe worden aangezet er gebruik van te maken."
Een onvermijdelijke neerwaartse spiraal
Zij haalt het Canadese voorbeeld aan, waar "het land in 2027 euthanasie zal toestaan voor mensen met mentale en psychiatrische stoornissen." De geleidelijke afschaffing van de restrictieve criteria lijkt haar een teken te zijn van een onvermijdelijke neerwaartse spiraal. Ten slotte plaatst Pascale Favre het debat in de context van het Franse gezondheidszorgstelsel. Zij beschrijft "een ernstige wanorde," wachttijden van zes maanden om toegang te krijgen tot een pijncentrum en zorgverleners die "enorm lijden". Zij waarschuwt: "Het is ondenkbaar dat het tekort aan zorg wordt gecompenseerd door het legaliseren van het toedienen van de dood." En zij concludeert ernstig: "Het toestaan van de dood zou geen wetgevende vooruitgang zijn; het zou een in de steek laten van de meest kwetsbaren onder ons betekenen."
Dit artikel verscheen eerder op droitdenaitre.org.
Laatst bijgewerkt: 4 augustus 2026 16:50