Te vroeg geboren baby ontvangt levensreddende zorg in een couveuse. Bron afbeelding: Yann Forget / Wikimedia Commons / CC-BY-SA
Een baby van 23 weken: in Duitsland levensreddende zorg, in Nederland een afscheid
De 24-wekengrens legt de tegenstrijdigheden in de neonatale zorg bloot. Abortus is in de praktijk toegestaan tot 24 weken zwangerschap en staat de behandeling van extreem vroeggeboren kinderen in de weg.
Geen behandelingen voor kinderen onder de 24 weken
Nederland hanteert al sinds de invoering van de Wet afbreking zwangerschap in 1984 een abortusgrens van 24 weken. Toentertijd werd dat vastgesteld als de levensvatbaarheidsgrens voor ongeboren kinderen. Tegelijkertijd is dat de behandelgrens geworden voor te vroeg geboren kinderen. Bij extreme vroeggeboortes vóór 24 weken wordt het kind in Nederland in principe niet behandeld.
Palliatieve zorg
Het kind krijgt in deze gevallen enkel palliatieve zorg, zodat het ‘zonder pijn en onnodig lijden’ kan sterven. De overlevingskans van deze kinderen is door de jaren heen aanzienlijk groter geworden. Toch wordt in Nederland dogmatisch vastgehouden aan de levensvatbaarheidsgrens van een halve eeuw geleden. Ouders ervaren terecht dat hun baby’s niet de nodige zorg ontvangen.
Duitsland
De situatie over de grens is aanzienlijk anders. Duitsland hanteert een abortusgrens van 12 weken en voor behandelingen een ‘grensgebied’ van 22-24 weken zwangerschap. Bij deze extreme vroeggeboortes wordt actieve levensreddende behandeling nagestreefd. Dat zorgt voor een schrijnend contrast tussen beide landen. Een kind van 23 weken ontvangt in Duitsland alle noodzakelijke behandelingen. Datzelfde kind zou in Nederland slechts palliatieve zorg ontvangen, gericht op een ‘zacht heengaan’.
Janice Olthuis
Janice Olthuis was 22 weken zwanger toen haar vliezen braken. Zij wist dat haar baby niet de nodige zorg zou krijgen in Nederland en week daarom uit naar Duitsland. “Het was de enige mogelijkheid die we nog hadden,” zei Janice. In een ziekenhuis in Osnabrück ontving Daan, haar 22 weken oude kindje, alle nodige zorg. Vandaag is Daan een gezond en levendig kindje.
Lees ook: Amerikaans influencer-echtpaar aborteert kindje met Downsyndroom
Baby Kes
Alice Koops was gedurende haar zwangerschap al op de hoogte dat haar baby waarschijnlijk te vroeg geboren zou worden. Na 23 weken en drie dagen was de bevalling. Het ziekenhuispersoneel had haar al voorbereid dat haar kindje dood ter wereld zou komen of hoogstens een kwartier zou leven. Na de bevalling werd haar dochtertje bij haar op de borst gelegd om afscheid te nemen, de artsen zouden niets voor het kind doen. Toen bleek dat baby Kes bleef vechten voor haar leven, besloot een medisch team toch tot behandeling over te gaan.
Wat is de taak van een arts?
Moet het niet altijd de insteek zijn van een arts om levens te redden? Er alles aan te doen om zo’n kindje als Daan of Kes de nodige zorg te geven? Beiden leven vandaag doordat zij zijn behandeld: de een in Duitsland, de ander na een aanhoudende strijd van het kindje zelf. Maar toch zijn Nederlandse ziekenhuizen erg terughoudend in het behandelen van extreem vroeggeboren kinderen.
Lees ook: Baby Samuel zuigt op duimpje terwijl hij sterft na mislukte abortus
Neonatale zorg in conflict met de abortusgrens
In Nederland wringt de behandelbereidheid met de huidige abortusgrens. Door dogmatisch vast te houden aan de 24-wekengrens als de behandelgrens is inconsistent met de levensvatbaarheid die de moderne geneeskunde het kind biedt. Dat blijkt uit de situatie in Duitsland en andere landen, waar kinderen vanaf 22 weken worden behandeld en een groot deel van hen overleeft. Tegelijkertijd legt het de bizarre situatie bloot van het hanteren van een 24-weken abortusgrens, terwijl deze kinderen met de juiste zorg kunnen blijven leven.
“Politieke angst”
Een werkgroep ging in gesprek met de besturen van de NVOG (Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie) en de kinderartsenvereniging NVK over de mogelijkheid om kinderen vanaf 22 weken zwangerschap te behandelen. Ondanks de bereidheid onder Nederlandse artsen om wel die zorg te bieden, concludeerde de werkgroep dat de verlaging van de behandelgrens niet wenselijk is vanwege ‘de politieke angst voor invloed op de Wet afbreking zwangerschap’. Kortom, levensreddende zorg bij geboortes vóór 24 weken zou niet wenselijk zijn, omdat het mogelijk in de politiek kan zorgen voor een lagere abortusgrens.
NVOG is moreel verdwaald
Nederlandse gynaecologen hechten daarmee meer waarde aan het hooghouden van de abortusgrens dan aan het redden van levensvatbare kinderen. Zeker voor gynaecologen en kinderartsen, wier werk gericht is op de gezondheidszorg voor kinderen, is dat een ondenkbaar gebrekkig moreel kompas. Elk ongeboren kind is een mens die bescherming verdient. Maar de makkelijkste stap zou toch moeten zijn om kinderen die levensvatbaar zijn bij hun geboorte te beschermen? Zeker omdat de abortus van levensvatbare kinderen bij wet al verboden is. Wat ontbreekt, is de handhaving.
Laatst bijgewerkt: 20 juli 2026 16:08