Amerikaanse man werd wakker op de operatietafel terwijl hij voorbereid werd op de orgaanoogst
Anthony Thomas Hoover bleek nog in leven te zijn en ontsnapte aan de orgaanoogst.
Het Amerikaanse ministerie van Volksgezondheid (HHS) zal de financiering van Network for Hope, een orgaandonatieorganisatie, stopzetten. Dit volgt op meerdere onderzoeken naar aanhoudende tekortkomingen op het gebied van patiëntveiligheid. Het meest spraakmakende voorbeeld hiervan is de zaak van Anthony Hoover.
Wat is Network for Hope?
Network for Hope is een van 55 organisaties in de Verenigde Staten die orgaandonatie regelen. De organisatie ontstond in 2024 uit een fusie van verschillende organisaties. Zulke organisaties vormen een belangrijke schakel tussen potentiële orgaandonoren, ziekenhuizen en patiënten die op een transplantatie wachten. Network for Hope beoordeelt potentiële donoren en de geschiktheid van organen, zoekt naar passende ontvangers en coördineert het proces rond de uitname en transplantatie van organen. Daarmee draagt de organisatie een grote verantwoordelijkheid. Beslissingen die tijdens dit proces worden genomen, raken immers niet alleen de patiënt die op een levensreddend orgaan wacht, maar ook de donor. Juist bij die laatste verantwoordelijkheid constateerde de Amerikaanse overheid ernstige tekortkomingen.
Een derde voldoet niet aan zorgvuldigheidseisen
De federale overheid onderzocht ruim 350 gevallen uit 2021 tot 2024 waarin toestemming voor orgaandonatie was gegeven, maar uiteindelijk geen organen werden uitgenomen. Dat kan bijvoorbeeld gebeuren wanneer een patiënt na het stopzetten van de levensondersteuning niet binnen de vereiste termijn overlijdt, onverwacht tekenen van herstel vertoont of alsnog medisch ongeschikt blijkt voor donatie. In bijna 30% van de onderzochte gevallen was niet aan de zorgvuldigheidseisen voldaan. In veel gevallen bleek de orgaandonor nog niet overleden te zijn vóórdat de organen geoogst zouden worden. Sommige patiënten toonden tekenen van pijn en angst terwijl zij voorbereid werden op orgaanoogst.
De zaak van TJ Hoover
De spraakmakende zaak in kwestie is die van Anthony Thomas Hoover. In 2021 werd hij doodverklaard als gevolg van een overdosis. Hij werd echter wakker op de operatietafel, terwijl zijn borst geschoren werd ter voorbereiding op de orgaanoogst. Ondanks tekenen van leven wilde Het ‘KODA’ (Kentucky Organ Donor Affiliates), voorganger van Network for Hope, doorgaan met de operatie, aldus een klokkenluider en voormalige werknemer. De arts die de operatie zou doen, weigerde echter toen hij besefte dat Hoover nog leefde. Hij wordt sinds 2021 door zijn zus verzorgd. Hij krijgt soms nog nachtmerries en vraagt dan: “waarom wilden zij me doden?”
Esmee Feenstra
Ook Nederland kent voorbeelden van dergelijke horrorverhalen. De 19-jarige Esmee Feenstra was ‘hersendood’ verklaard en er werden voorbereidingen getroffen om haar organen uit te nemen. De comapatiënt bleek echter nog te leven en de orgaandonatie werd nog op tijd afgeblazen. De zaak van Esmee raakt daarmee aan dezelfde fundamentele vraag als die van Hoover: wat gebeurt er wanneer de behoefte aan bruikbare organen de zekerheid voorbij dreigt te lopen dat de donor werkelijk overleden is? Want bij het uitnemen van vitale organen bestaat geen ruimte om een vergissing achteraf te herstellen.
Orgaandonatie volgens de Kerk
Volgens de katholieke antropologie is de mens een eenheid van lichaam en ziel. Paus Johannes Paulus II omschreef de dood als: "een gebeurtenis die bestaat in de totale ontbinding van die eenheid en geïntegreerde totaliteit die de persoon is; zij ontstaat door de scheiding van het levensbeginsel, ofwel de ziel, van de lichamelijke werkelijkheid van de persoon." De dood is daarom niet simpelweg het stoppen van één lichamelijke functie, maar de definitieve verbreking van de eenheid van lichaam en ziel. Daarom is 'hersendood' een problematische term. Het suggereert dat het stoppen van deze ene lichamelijke functie gelijkstaat aan 'overleden zijn' en dat dit genoeg is om organen bij de desbetreffende persoon uit te nemen. In Donum Vitae benadrukt de Kerk dat de mens nooit beschouwd mag worden als louter biologisch materiaal. Een mens is intrinsiek waardevol. Zijn waarde wordt niet bepaald door de organen die hij aan anderen kan geven. Daarmee wordt een mens gereduceerd tot een grondstof, een orgaanmijn.
Een immorele kijk op het mensenleven
Daar schuurt de praktijk rond orgaandonatie met de morele grens. Vaak wordt gewezen op het aantal mensen dat met de organen van één overledene geholpen kunnen worden. Maar zodra de behoefte aan organen zwaarder gaat wegen dan de zorg voor iedere afzonderlijke donor, dreigt de unieke waarde van die mens naar de achtergrond te verdwijnen. De organen van één mens kunnen meerdere levens redden. Dat klinkt nobel. En wanneer iemand daadwerkelijk overleden is en zijn organen vrijwillig schenkt, kan het dat ook zijn. Doch nooit mag uit die overweging volgen dat het leven van één mens minder zwaar weegt omdat zijn organen meerdere anderen zouden kunnen redden.
Keer terug naar het mooie van orgaandonatie
Daarom moet bij orgaandonatie altijd het leven van de donor als primair moeten gelden in de afweging, hij is immers net als de ontvanger een beelddrager van God, een mens met intrinsieke waarde. Een orgaan kan iemands leven redden, maar dat geeft niemand het recht het leven van de donor ondergeschikt te maken aan dat van de ontvanger. Orgaandonatie, bijvoorbeeld bij het geven van een nier, is een uitzonderlijke daad van naastenliefde: de vrije gave van de ene mens aan de andere. Maar zodra een mens wordt gezien als een verzameling bruikbare organen, houdt hij op donor te zijn. Dan dreigt hij grondstof te worden. De gevallen van Hoover en Esmee laten zien hoe verschrikkelijk de gevolgen kunnen zijn wanneer die grens uit het oog wordt verloren. Criteria als ‘hersendood’ of ‘hartdood’ sluiten niet altijd uit dat een patiënt nog tekenen van leven vertoont of zelfs kan herstellen. Strengere waarborgen zijn hier letterlijk van levensbelang.
Laatst bijgewerkt: 11 augustus 2026 13:38