13-wekenecho voorlopig afgewezen: abortus geldt nog altijd als ‘voordeel’
De Gezondheidsraad bracht advies uit over de structurele invoering van de 13-wekenecho.
De Gezondheidsraad adviseert tegen de structurele invoering van de 13-wekenecho in de oorspronkelijke opzet. Volgens het adviesorgaan wegen de voordelen niet op tegen de nadelen.
Steeds meer prenatale screening
Prenatale screening is de afgelopen jaren steeds verder uitgebreid. Naast de NIPT en de 20-wekenecho krijgen zwangere vrouwen sinds 2021 in onderzoeksverband ook een 13-wekenecho aangeboden. Deze landelijke onderzoeksopzet werd in 2019 in gang gezet onder verantwoordelijkheid van Paul Blokhuis, nota bene staatssecretaris namens de ChristenUnie. Met de 13-wekenecho kunnen sommige lichamelijke afwijkingen eerder worden opgespoord. Ouders krijgen zo meer tijd voor vervolgonderzoek en voor de beslissing om de zwangerschap uit te dragen of het kind te aborteren.
Bijna zes op de tien verwijzingen achteraf onnodig
In het eerste onderzoeksjaar werden bijna 130.000 13-wekenecho’s uitgevoerd. Bij 1.313 zwangerschappen volgde geavanceerd vervolgonderzoek. In 775 gevallen, bijna 60 procent, bleek de verwijzing achteraf onterecht: er werd geen afwijking gevonden of de waargenomen afwijking verdween vóór 24 weken. Bij bevestigde afwijkingen werd geregeld voor abortus gekozen, ook wanneer het ging om behandelbare aandoeningen zoals een hazenlip of klompvoet.
Negatief advies over huidige opzet
Dinsdag bracht de Gezondheidsraad advies uit over de structurele invoering van de 13-wekenecho. In de huidige vorm is het advies negatief. De reden hiervoor is een ongunstige ‘nut-risicoverhouding’. Opvallend genoeg beoordeelde de Gezondheidsraad alleen de gegevens uit het eerste onderzoeksjaar, van november 2021 tot november 2022. Daaruit blijkt dat de echo relatief vaak tot fout-positieve uitslagen leidde. Daardoor verkeerden ouders onnodig in onzekerheid en ondergingen zij vervolgonderzoek dat achteraf niet nodig bleek. Tegelijkertijd werden 1.164 afwijkingen bij de 13-wekenecho gemist.
Wat de Gezondheidsraad níet zegt
De Gezondheidsraad wijst de structurele invoering van de 13-wekenecho niet principieel af, maar adviseert wel tegen invoering in de huidige vorm. Ook blijkt uit het advies niet dat meer prenatale screening geen ‘voordelen’ zou hebben. Integendeel: het rapport benadrukt meermaals dat een extra echo afwijkingen eerder kan opsporen. “Hierdoor kan de reproductieve autonomie worden bevorderd, wat het doel is van prenatale screening op aangeboren afwijkingen,” lezen wij in het gepubliceerde advies.
De Gezondheidsraad hanteert verhullend taalgebruik
Abortusactivisten gebruiken verhullende taal om de gruwelijke realiteit van abortus weg te poetsen. Een geaborteerd kindje is ‘zwangerschapsweefsel’. Een abortus is ‘afbreking van de zwangerschap’. Een baby is een ‘vrucht’. Een term als ‘reproductieve autonomie’ past in datzelfde rijtje. Die formulering zou rechtstreeks uit de koker van de abortuslobby kunnen komen.
Wat de Gezondheidsraad wél zegt
Wat houdt het negatieve advies dan wél in, als de Gezondheidsraad de 13-wekenecho niet principieel afwijst? In de oorspronkelijke opzet zijn er te veel fout-positieve uitslagen en worden tegelijkertijd te veel afwijkingen gemist. Daardoor bleken veel verwijzingen en vervolgonderzoeken achteraf onnodig. Het gaat dus om een technische nut-risicoafweging, niet om een principieel bezwaar tegen prenatale selectie. Het recht op leven van het ongeboren kind speelt in deze afweging geen rol.
Meer tijd voor abortus geldt als ‘voordeel’
Onnodige ongerustheid en vervolgonderzoek gelden als nadelen, terwijl meer tijd om eventueel voor abortus te kiezen juist als voordeel wordt beschouwd. Het uiteindelijke advies luidt daarom: voer de 13-wekenecho niet structureel in volgens de oorspronkelijke opzet, maar onderzoek eerst hoe die opzet kan worden verbeterd. In gewone taal: eerder testen geeft ouders meer tijd om voor abortus te kiezen, en de Gezondheidsraad beschouwt dat als een voordeel. Een groter aantal dode ongeboren kinderen geldt kennelijk niet als ‘nadeel’. Er wordt niet omgekeken naar het ongeboren kind. Dat is opmerkelijk, gezien het feit dat de wet spreekt over de nodige “verantwoordelijkheid voor ongeboren leven”.
De deur naar structurele invoering blijft open
Wat is nu de toekomst van de 13-wekenecho? De raad adviseert te onderzoeken of aangepaste protocollen en een andere combinatie van prenatale tests de verhouding tussen ‘voor- en nadelen’ kunnen verbeteren. De deur naar structurele invoering blijft daarmee nadrukkelijk openstaan. Het negatieve advies betekent bovendien niet dat de 13-wekenecho onmiddellijk verdwijnt. IMITAS-hoofdonderzoeker Monique Haak zei hierover in het RD: “We hebben een vergunning tot 1 januari 2028 voor dit onderzoek. Dus voor dit najaar en komend jaar blijft de echo gewoon beschikbaar voor elke zwangere vrouw.” De minister van Volksgezondheid neemt uiterlijk eind 2026 een besluit over de toekomst van de 13-wekenecho. Daarna zal het RIVM de invoering of afbouw verder voorbereiden.
Laatst bijgewerkt: 23 september 2026 13:18