Hoe verhullen abortusactivisten het ongeboren kind?
Pro-abortuspartijen en -organisaties gebruiken eufemistische, verhullende taal wanneer zij over het ongeboren kind spreken. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de manier waarop de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG) verschillende abortusmethoden omschrijft. Zo wordt verhuld wat abortus in werkelijkheid is.
Wat is het doel van taal?
Wij gebruiken taal om met elkaar te communiceren. Duidelijke communicatie vereist dat mensen woorden op dezelfde manier begrijpen. Als mensen met hetzelfde woord volledig verschillende dingen bedoelen, wordt de communicatie verstoord. Hoe brengen wij onze gedachten dan nog begrijpelijk aan elkaar over? In de woorden van de heilige paus Pius X: “Modernisten verpakken hun dwalingen in bepaalde dubbelzinnige woorden en mistige formules om hen die niet op hun hoede zijn in hun strikken te vangen, terwijl ze altijd een ontsnappingsroute openhouden om een zekere veroordeling te ontlopen.” Dat is wat ik u vandaag wil laten zien: hoe abortusactivisten mistige taal gebruiken om de realiteit te verhullen. Hieronder leest u enkele passages uit het tijdschrift van de NVOG, met daartegenover telkens de ‘vertaling’.
Artikel in het Nederlands Tijdschrift voor Obstetrie en Gynaecologie (NTOG), juni 2023 [1]
| Wat het pro-abortus NTOG zegt: | Wat het betekent: |
| “Abortusartsen kunnen zich bekwamen in instrumentele afbreking tussen 22-24 weken...” deze “oplossing lijkt een gemakkelijke, maar de Nederlandse Dilation & Evacuation (D&E) techniek bereikt bij 22 weken zwangerschapsduur haar mechanisch plafond; foetale delen worden simpelweg te groot voor schadeloze evacuatie door een maximaal gedilateerde cervix.” | Chirurgisch aborteren tussen 22-24 weken is moeilijk. Het kindje is namelijk zo groot geworden dat het niet meer eenvoudig aan stukken gescheurd kan worden en uit de baarmoeder gehaald, waar het tot dan toe veilig verbleef. Daarom laat men het kindje geboren worden, waarna het alsnog door verstikking sterft omdat zijn longen nog onvoldoende ontwikkeld zijn. |
| “Daarnaast is zorgzwaarte voor het betrokken personeel in deze cases aanzienlijk (niet zelden wordt een foetus levend geboren) en zijn er medewerkers met persoonlijke bezwaren tegen het leveren van deze zorg.” | Medewerkers die de zorg zijn ingegaan om kleine kinderen liefdevol te verzorgen en te verplegen, moeten nu kinderen die na een abortus te vroeg worden geboren in een kamertje laten sterven in plaats van hen te verzorgen. |
Lees ook: Dit is de abortusactiviste achter de pilot om levensvatbare kinderen te aborteren
| “Is er een sociale indicatie of wens tot een instrumentele afbreking, dan moet de zwangere na 22 weken uitwijken naar Spanje, Groot-Brittannië of de Verenigde Staten.” | Abortus moet in Nederland tot 24 weken om vrijwel iedere reden ruim beschikbaar zijn, zodat vrouwen niet naar het buitenland hoeven om hun baby te laten doden. |
| “Hoe ziet de gedroomde toekomst van abortuszorg er dan uit? Dan zijn zwangerschapsafbrekingen gewoon onderdeel van de reguliere eerste- en tweedelijnszorg. De deuren van huisartsen, eerstelijns verloskundigen en ziekenhuizen staan niet alleen open voor hen die zwanger willen worden, maar ook voor hen die een zwangerschap willen afbreken, ongeacht de indicatie.” | Niet alleen aborteurs, maar ook huisartsen en eerstelijns verloskundigen moeten eraan meewerken dat abortus om vrijwel iedere reden beschikbaar is. Want het doden van ongeboren kinderen heet tegenwoordig ‘essentiële zorg’.
|
| “Een centralere plaats van abortus in onze reproductieve zorg leidt bovendien tot afname van het nog steeds bestaande stigma.” | Hoe vaker abortus als gewone ‘zorg’ wordt gepresenteerd, des te minder negatief kijken mensen aan tegen het doden van kinderen. |
Artikel in het NTOG, februari 2026 [2]
| Wat het pro-abortus NTOG zegt: | Wat het betekent: |
| “De vraag is nu niet meer óf wij deze zorg moeten organiseren, maar wáár deze zorg het best kan worden geboden en wie daarin regionaal verantwoordelijkheid neemt.” | Dat late abortus mogelijk moet zijn, geldt als een uitgemaakte zaak. De discussie gaat daardoor alleen nog over de praktische uitvoering en over wie die op zich neemt. |
| “Maar daarnaast vraagt zwangerschapsafbreking in dit stadium extra inzet en betrokkenheid van zorgverleners, raakt het aan persoonlijke overtuigingen en vereist het goede organisatie, scholing en ondersteuning. Personeelstekorten en druk op verloskamers maken dit niet eenvoudiger. Tegelijkertijd kunnen deze bezwaren niet het eindpunt zijn. Dat zou betekenen dat bij beladen, maar medisch weinig complexe zorgvragen de toegang tot zorg tekortschiet, terwijl het hier gaat om wettelijk toegestane en noodzakelijk zorg.” | Het doden van kinderen in het tweede trimester van de zwangerschap vraagt veel van de betrokken zorgverleners en stuit bij hen vaak op gewetensbezwaren. Deze morele bezwaren tellen echter uiteindelijk niet mee. Het kan niet zo zijn dat het doden van kinderen geen doorgang vindt puur omdat er mensen zijn bij wie het aborteren van levensvatbare kinderen aan het geweten zou knagen. |
Lees ook: Ondervraging in Amerikaans Congres gaat viraal: “Wat is uw favoriete vorm van abortus?
Wat is het resultaat van dit taalgebruik?
Men kan stellen dat het simpelweg gaat om medisch of technisch correct taalgebruik. Dat is bijvoorbeeld een van de verklaringen van expertisecentrum Fiom voor het gebruik van ‘zwangerschapsweefsel’ of ‘weefsel’, wanneer het spreekt over een geaborteerd kind. Organisaties als de NVOG zullen om begrijpelijke redenen zeer medisch-technisch taalgebruik hanteren, zeker in wetenschappelijke communicatie. Dit taalgebruik staat echter niet op zichzelf. Op sociale media neemt de NVOG nadrukkelijk een abortusactivistisch standpunt in en presenteert zij abortus als medische zorg. Maar hoe banaal moeten wij het doden van ongeboren kinderen vinden?
Ze weten wat ze doen
Het gebruik van zogenaamd ‘neutrale’ woorden doet exact wat paus Pius X voorspelde. Dwalingen worden verpakt in “dubbelzinnige woorden en mistige formules”. Een kind laten aborteren wordt gepresenteerd als ‘zorg’ en ‘keuze’, alsof we het hebben over een banale medische behandeling. Hoewel ‘foetus’, ‘vrucht’ en ‘weefsel’ technisch gebruikelijke termen zijn, suggereren zij in het publieke debat vaak dat het om iets anders gaat dan een kind in de baarmoeder. Het gaat om een levend mens dat bescherming verdient en niet de abortustang, die hem in stukken uit de baarmoeder rukt. Taal beïnvloedt sterk hoe wij denken. Hoe eufemistischer het taalgebruik, des te gemakkelijker wordt de brute en immorele werkelijkheid erachter geaccepteerd.
Voetnoten:
[2] https://www.nvog.nl/wp-content/uploads/2026/07/NTOG_2026_2_DEF-HR-Hiaat22-24-weken.pdf
Laatst bijgewerkt: 9 september 2026 15:17