Minister Hermans onder vuur om de behandelgrens voor vroeggeboren kinderen
Minister Sophie Hermans (VVD). Bron afbeelding: schermafbeelding plenair debat.
Gideon van Meijeren (FVD) en minister Sophie Hermans (VVD) botsten vorige week over de behandelgrens bij extreem vroeggeboren kinderen. Volgens Van Meijeren heeft de minister de Kamer verkeerd geïnformeerd.
Begrotingsdebat Volksgezondheid
Minister Hermans werd vorige week het vuur aan de schenen gelegd in de Tweede Kamer. Zij kreeg onder meer vragen over de behandelgrens bij extreme vroeggeboorte en over de uitbreiding van de abortuspraktijk die afgelopen zomer bekend werd. Diederik van Dijk (SGP) drong er bij het kabinet op aan de verkenning van abortus op kinderen van 22 en 23 weken op sociale indicatie te stoppen. De SGP maakte haar eventuele steun aan de begrotingsplannen mede afhankelijk van de houding van het kabinet op dit onderwerp.
Waar komt de behandelgrens vandaan?
De felste confrontatie vond plaats tussen Kamerlid Van Meijeren en minister Hermans over de behandelgrens bij extreme vroeggeboortes. De minister gaf vorige maand in antwoord op Kamervragen aan dat de richtlijn Perinataal beleid bij extreme vroeggeboorte gebaseerd is op medisch-wetenschappelijke inzichten. Kinderen die na een zwangerschapsduur van 23 weken worden geboren, krijgen volgens de minister in de regel geen levensreddende zorg omdat zij naar medisch-wetenschappelijk inzicht niet levensvatbaar zijn.
Richtlijn Perinataal beleid bij extreme vroeggeboorte
Tijdens het begrotingsdebat liet Van Meijeren echter zien dat de richtlijn zelf de bewering van minister Hermans weerspreekt. Na onderzoek naar de overlevingskansen van baby’s van 23 weken adviseerde de medische werkgroep van kinderartsen en gynaecologen om de behandelgrens van 24 naar 23 weken te verlagen. Dat staat in dezelfde richtlijn waarop de minister zich beroept om het handhaven van de behandelgrens op 24 weken te verantwoorden.
Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG)
Als levensvatbaarheid niet de reden is om vast te houden aan de behandelgrens, wat dan wel? Het bestuur van de NVOG week echter af van het advies van zijn eigen werkgroep. “In verband met het te verwachten beslag op middelen en de huidige capaciteitsproblematiek en mogelijke juridische knelpunten in relatie tot de Wet afbreking zwangerschap, is besloten de ondergrens in Nederland voor het aanbieden van actieve opvang op 24+0 weken geschatte zwangerschapsduur te houden.” Kortom, geld, capaciteit en de abortuswet zijn redenen om levensvatbare kinderen van 23 weken niet te behandelen bij een extreme vroeggeboorte.
Abortusactivisme staat zorg in de weg
De abortuswet van 1984 hangt samen met een levensvatbaarheidsbepaling in het Wetboek van Strafrecht. De politiek koos toentertijd voor een dynamische abortusgrens op basis van levensvatbaarheid buiten de baarmoeder. Op basis van de toenmalige medisch-wetenschappelijke mogelijkheden werd die grens vastgesteld op 24 weken. Intussen is de medische wetenschap verder ontwikkeld en zijn artsen in staat kinderen van 23 weken in leven te houden. Maar “op het moment dat die artsen baby'tjes van 23 weken zouden gaan redden, zou daarmee die abortusgrens, die dynamisch is, die meebeweegt met de levensvatbaarheidsgrens, ook naar 23 weken gaan,” stelde Van Meijeren. “Dat is kennelijk niet de bedoeling, want het abortusrecht is in deze Kamer heilig.”
Gewenste kinderen worden niet gered vanwege ‘ongewenste’ kinderen
Het vasthouden aan de 24-wekengrens heeft niet alleen gevolgen voor kinderen die worden geaborteerd, wat al tragisch genoeg is. Zoals Van Meijeren in de Kamer betoogde, wordt aan een extreem vroeggeboren kind geen zorg geboden, omdat “een vrouw die 23 weken zwanger is en haar kindje niet wil houden, dat kindje niet meer zou mogen laten doden.” Door deze kinderen actief te behandelen, zouden artsen laten zien dat kinderen na 23 weken zwangerschap levensvatbaar kunnen zijn en daarom volgens de wet ook bescherming tegen abortus verdienen.
Nederlandse ouders kiezen voor Duitse ziekenhuizen
De situatie in Nederland heeft tot gevolg dat sommige ouders ervoor kiezen om naar Duitsland te gaan voor de bevalling, als blijkt dat het kind extreem vroeg geboren gaat worden. In Duitsland geldt voor actieve behandeling een grensgebied van 22 tot 24 weken. Kamerlid Diederik van Dijk zei tijdens het debat: “In België, Duitsland, Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk worden kindjes vanaf 23 weken behandeld en in Zweden en Japan vanaf 22 weken.” Deze internationale ervaringen zijn meegenomen in het onderzoek voor de richtlijn Perinataal beleid. Ze laten zien dat de behandelgrens medisch gezien kan worden verlaagd.
Minister blijft duiken
Ondanks de herhaalde vragen van Van Meijeren bleef Hermans de 24-wekengrens presenteren als de medisch-wetenschappelijke stand van zaken. Daarmee ging zij voorbij aan zijn punt: de werkgroep adviseerde juist verlaging, terwijl het NVOG-bestuur de grens om praktische en juridische redenen handhaafde. Medisch-wetenschappelijke argumenten werden juist niet genoemd als reden om de behandelgrens op 24 weken te handhaven.
Teken daarom nu de petitie aan het hoofd van het OM: "Openbaar Ministerie, bescherm de levensvatbare kinderen!"
(Artikel gaat verder onder deze boodschap)
Levensvatbare kinderen vallen onder de bescherming van de wet. Er is nu veel mogelijk om kinderen buiten de baarmoeder te laten leven, in unieke gevallen zelfs al vanaf 20 weken. De 24-wekengrens is gebaseerd op de medische techniek van veertig jaar geleden en is daarmee achterhaald voor de levensvatbaarheid van ongeboren kinderen. Toch worden in Nederland honderden kinderen geaborteerd, terwijl die al levensvatbaar zijn. Dat is regelrecht in strijd met de wet. Daarom roep ik u op om deze abortus te stoppen. Bescherm levensvatbare kinderen!
Behandelgrens versus abortusgrens
In haar antwoord op vragen van PVV-Kamerlid Alexander Kops hield Hermans vroeggeboorte en abortus nadrukkelijk uit elkaar. Ze noemde de vergelijking tussen beide situaties “van een geheel andere orde” en beschreef hoe bij een vroeggeboorte in een gewenste zwangerschap alles op alles wordt gezet om het kind te redden. Ze zei niet letterlijk dat de waarde van een kind afhangt van de vraag of het gewenst is, maar haar nadruk op het gescheiden houden van beide zaken roept die vraag wel op. Het onderscheid dat zij tussen beide situaties maakte, schuurt bovendien met de levensvatbaarheidsbepaling waarop de abortusgrens berust.
Het kabinet is moreel failliet
Levensvatbaarheid is voor zowel de abortusgrens als de behandelgrens de bepalende factor. Bij een extreme vroeggeboorte moeten de medische mogelijkheden en het belang van het kind bepalend zijn, niet een vermeende abortusgrens van 24 weken. Het kabinet en de NVOG houden vast aan de 24-wekengrens voor behandeling, juist omdat dit anders conflicten oplevert met de bestaande abortuspraktijk. Levensreddende zorg wordt hierdoor ontzegd, omdat anders ‘ongewenste’ kinderen niet langer tot 24 weken geaborteerd kunnen worden, maar “slechts” tot 23 weken. Hier wordt het morele failliet van het kabinetsbeleid zichtbaar.
Laatst bijgewerkt: 22 oktober 2026 08:33